Snelheid & afstand
De maximumsnelheid is een bovengrens. Een veilige snelheid kan veel lager zijn.
Voor een personenauto zonder aanhanger is de algemene limiet binnen de bebouwde kom 50 km/u, tenzij borden anders aangeven. Buiten de bebouwde kom is dat op gewone wegen 80 km/u en op autowegen 100 km/u. In een erf geldt maximaal 15 km/u. In een 30-zone geldt 30 km/u tot de zone eindigt.
Op bijna alle snelwegen geldt tussen 06.00 en 19.00 uur 100 km/u. Er zijn uitzonderingen: lees altijd de borden, tijdvensters en matrixborden. Een lagere snelheid op een matrixbord gaat vóór de hogere snelheid op een gewoon bord. Neem niet aan dat je na 19.00 uur overal 130 mag.
Je moet kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien en die vrij is. Houd voldoende volgafstand. Twee seconden is een praktische richtlijn bij goede omstandigheden, geen garantie of algemene wettelijke minimumafstand. Vergroot je afstand bij regen, mist, gladheid of een zware lading.