Gevaar & waarnemen
Een goede bestuurder herkent risico’s vroeg en houdt ruimte om te reageren.

Kijk ver vooruit, controleer spiegels en scan de zijkanten. Kinderen bij geparkeerde auto’s, een bal op straat en een bus bij een halte zijn signalen dat iemand onverwacht kan oversteken. Verminder snelheid vóórdat een situatie gevaarlijk wordt.
Bij direct gevaar rem je gecontroleerd en stevig wanneer nodig. Bij een mogelijk risico laat je vaak eerst gas los en vergroot je de ruimte. Welke reactie veilig is hangt af van snelheid, afstand en verkeer achter je. Geef kwetsbare weggebruikers extra ruimte en kijk vóór afslaan in de dode hoek.
Regen vergroot de remweg en kan aquaplaning veroorzaken. Bij aquaplaning laat je rustig gas los, stuur je rustig en vermijd je abrupt remmen. In mist rijd je langzamer en houd je meer afstand. Stop bij vermoeidheid op een veilige plek om rust te nemen.