ViaTheoria

Verkeerswoorden Nederlands–Engels

English explanations

Haaientanden

Haaientanden

Give-way triangles

Driehoeken op het wegdek: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.

Dode hoek

Dode hoek

Blind spot

Gebied dat je niet goed in je spiegels ziet. Kijk zelf voordat je manoeuvreert.

Rijstrook wisselen

Rijstrook wisselen

Changing lanes

Een bijzondere manoeuvre: laat al het overige verkeer voorgaan.

Voetgangersoversteekplaats

Voetgangersoversteekplaats

Pedestrian crossing

Laat voetgangers die oversteken of kennelijk willen oversteken voorgaan.

Verkeersregelaar

Verkeersregelaar

Traffic controller

Een bevoegde, herkenbare persoon die aanwijzingen geeft aan verkeer.

Aanhangwagen

Aanhangwagen

Trailer

Voertuig achter je auto; controleer massa’s, rijbewijs en technische trekgrenzen.

Dimlicht

Dimlicht

Dipped headlights

Verlichting voor rijden in het donker en bij slecht zicht, zonder anderen te verblinden.

Ontwasemen

Ontwasemen

Demisting

Condens van een ruit verwijderen zodat je vrij zicht hebt.

Bandenspanning

Bandenspanning

Tyre pressure

De luchtdruk in de banden; controleer volgens de voertuighandleiding.

Toegestane maximummassa

Toegestane maximummassa

Maximum authorised mass (MAM)

Het toegestane gewicht inclusief belading; iets anders dan het actuele gewicht.

Invoegen

Invoegen

Entering / merging from an acceleration lane

Van een invoegstrook naar de doorgaande rijbaan rijden; laat verkeer daar voorgaan.

Alarmlichten

Alarmlichten

Hazard warning lights

Beide richtingaanwijzers knipperen om voor gevaar te waarschuwen.

Gratis oefenen